Krijtlijnen voor het lokaal buurtsportbeleid

Er kan op veel verschillende manieren, in verschillende contexten gesport worden. Buurtsport werd/wordt vaak gezien als alles wat nergens anders onder te brengen is. Volgende krijtlijnen bieden houvast, bakenen buurtsport als fenomeen af. Daarmee wordt noodzakelijke duidelijkheid verschaft en kan men beter inspelen op verwachtingen die men heeft over buurtsport.

De buurt als uitgangspunt
Naast de traditionele clubsport, de schoolgerichte sport, en andere contexten van sport, kiest buurtsport om de buurt, de wijk, de straat als context te beschouwen om sport aan te bieden.

Een sportaanbod wordt opgebouwd vóór de buurt, maar het kan ook mét en dóór de buurt op- en uitgebouwd worden. De buurt wordt gezien als interessant communicatiekanaal waarin verschillende spelers vanuit een iegen achtergrond en invalshoek een rol kunnen spelen om iedereen mee te laten bewegen. 

Sport als doel
Vanuit buurtsport willen we in de eerste plaats mensen aan het sporten krijgen. In die zin maakt het niet uit vanuit welke hoek (jeugd, welzijn, integratie, ...)sport aangeboden wordt. Het is voldoende maatschappelijk relevant dat er kan gesport worden in veilige en kwaliteitsvolle omstandigheden. Het effect dat je dan kan meten is hoeveel mensen er aan het bewegen zijn. Of die mensen zich op dat moment aan het integreren zijn? Dit is moelijk na te gaan.

Sport heeft het in zich om een potentieel aan positieve neveneffecten te bereiken. Een beleid kan kiezen om daarop te focussen. De consequentie dan is dat er voldoende en bekwame personeelsinzet is om dit doel te bereiken.

Gericht op het bereiken van doelgroepen
In de missie wordt gesproken over "sportkansarmen". Dit zijn geen kansarmen in de strikte zin van het woord. Het gaat om mensen die door omstandigheden niet aan sport kunnen doen, maar dait eigenlijk wel willen.
De term "doelgroepen" mag niet te eng geïnterpreteerd worden. Het kan gaan om autochtonen - allochtonen, jongeren - senioren, werklozen - druk werkenden, vrouwen - mannen. Het kan ook gaan om speciefieke groepen als bijvoorbeeld achtergestelde wijken e.d.

Men gaat activiteiten zo selecteren dat het doelpubliek dat men voor ogen heeft sterk angepsroken wordt. Een voorbeeld: wil men vrouwen aan het sporten zetten, kan men kiezen voor dans. door dit te organiseren in een eerder gesloten omgeving creëert men alvast goede voorwaarden om de deolgroep comfortabel aan het bewegen te krijgen.

Verlagen van drempels
Het is niet de bedoeling om een aanbod uit te bouwen dat concurrentieel is aan het bestaande aanbod. Vanuit buurtsport wordt steeds werk gemaakt van het verlagen van drempels. De voornaamste zijn:
- mobiliteit. De verplaatsing van en naar de sportclub, het sportkamp, een evenement is niet altijd evident. Het is belangrijk dat mensen toegang hebben tot vervoer / openbaar vervoer. Daarnaast speelt de veiligheid, of het subjectieve gevoel van gebrek eraan, van het verkeer mee. Een druk kruispunt oversteken is voor sommige ouders een goede reden om zoon- of dochterlief NIET naar de sportclub te laten gaan als ze zelf niet kunnen brengen. Ouders zijn niet altijd in de mogelijkheid (werkverplichtingen) om hun kinderen af te zetten.   
- financiële.
Sporten kosten geld. Een idmaatschapsbijdrage betalen en gepaste noodzakelijke kledij aanschaffen vormen wellicht de grootste jaarlijkse uitgaven. het is niet omdat de uitgaven te verantwoorden zijn dat er geen mensen zijn die het niet lastig hebben om dit bedrag vrij te maken.  
- referentiekader.
Onbekend is onbemind. Wie nog niet in een sportclub is geweest, wie nooit heeft deelgenomen<